“Nee, die heb ik nog nooit gegeten”. Hij lacht, “maar ik probeer graag nieuwe dingen”. Ik haal twee platte koeken zandgebak uit de paarse cilindervormige verpakking. Justin Bieber aarzelt als hij een hand door zijn haar wil halen. Hij ziet dat ik het zie. “Dat kapsel kost mij een rib uit mijn lijf”, mompelt de tienerster zacht, gevolgd door een verlegen glimlach en een hap uit de koek.
Waar de naam vandaan komt? Ik heb het voor onze ontmoeting nog snel even opgezocht op Wikipedia. De encyclopedie bood drie mogelijke herkomsten: een recept van een Joodse bakker uit Amsterdam die in de jaren ’20 van de vorige eeuw de koeken verkocht; een bakker met de familienaam ‘de Joode’ die deze koeken bakte; of een onzinnige verwijzing naar de zogenaamde ‘gierigheid’ van joden. “Hoe dan ook”, zegt hij met volle mond, “ze zijn best lekker.”
Bieber vertelt me dat ie onlangs nog in IsraĆ«l was. “Een mooi land, maar wel erg veel paparazzi.” Ik verzeker hem dat hier niemand meekijkt of ons zal fotograferen. We kunnen in alle rust samen een koek eten. En dat doen we. Ondertussen zet de ober twee espresso’s op ons tafeltje neer. In een vloeiende beweging giet hij het warme brouwsel achterover. “Die heb ik onlangs leren drinken. Na een avond of een nacht hard werken kan je ‘s ochtends wel een kick gebruiken.” Vertederd geef ik hem nog een koek. “Vooruit dan maar, omdat ze zo lekker zijn.”
Dit stukje absurdistische proza (quatsch! Quatsch!) is een hommage aan Ernest van der Kwast die elke werkdag een column schrijft voor nrc.nl.






